Cessna Skymaster

DEAC maakt per oktober 2019 gebruik van een eigen testvliegtuig, het DEAC Flying Testbed. Het gaat om een Cessna 337F Skymaster met voorlopige registratie N4207X. Het toestel is zeer geschikt voor elektrificering, omdat het twee motoren in lijn heeft. Na een eerste uitgebreide serie grond- en vliegproeven wordt in eerste instantie de achterste motor vervangen door een elektrische, zodat er sprake is van een hybride aandrijving. Het elektrificeren van de Skymaster gebeurt door studenten van de Technische Universiteit Delft en studenten van het Deltion College Zwolle.

De N4207X is in 1972 in Frankrijk gebouwd bij Reims Cessna als Cessna 337F Super Skymaster met constructienummer 337-0050. De testregistratie was N1804M. Op 7 maart 1973 is het toestel als OO-BAT ingeschreven in het Belgische luchtvaartregister. Op 14 mei 1991 kreeg het vliegtuig zijn Amerikaanse registratie N4207X, maar bleef in Europa. Op 26 april 2006 arriveerde het toestel op het vliegveld van Antwerpen, komende vanaf Charleville-Mézieres in Frankrijk.

De Cessna 336/337 Skymaster is een tot de verbeelding sprekend vliegtuig met een markant uiterlijk en dito geluid. De eerste vlucht vond plaats in 1961. Er zijn er 3.000 gebouwd door Cessna en Reims Aviation (Frankrijk). Van het type 337F zijn 114 toestellen gebouwd. Het vliegtuig kent een rijke (militaire) historie en is in ons land in gebruik geweest bij onder andere de NOS en Luchtvaart Politie. Momenteel vliegen er in Nederland drie Skymasters rond bij Flying Focus (Texel), Stichting Postbellum (militaire variant O-2, Teuge) en DEAC.

Foto’s copyright Ray Barber, Mick Bajcar en Don Hewins.

Technische gegevens Cessna Skymaster  

Eerste vlucht: 1961
Lengte: 9.07 meter
Spanwijdte: 11.81 meter
Leeg gewicht: 1.204 kilogram
Aantal zitplaatsen: 4 – 6
Kruissnelheid: 230 kilometer per uur
Vliegbereik: 1.550 kilometer
Vlieghoogte: 5.900 meter
Takeoff afstand: 471 meter
Landing afstand: 500 meter